Zoologischer Garten - Berlijn 2013

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Zoologischer Garten

Bezienswaardigheden > Berlijn

De Zoologischer Garten
De Zoologischer Garten Berlin, kortweg Zoo Berlin is een dierentuin in het centrum van Berlijn bij Bahnhof Zoologischer Garten. De dierentuin is 35 hectare groot, en is de soortenrijkste ter wereld. Er wordt nauw samengewerkt met het in Oost-Berlijn gelegen Tierpark Friedrichsfelde. De Zoo Berlin is een van de oudste dierentuinen ter wereld.

Geschiedenis
In het jaar 1841 gaf de Pruisische koning Frederik Willem IV zijn fazanterie en de op het Pauweneiland gehouden dieren aan de inwoners van Berlijn. Aanleiding was het aandringen van professor M.H. Lichtenstein, de directeur van het Zoologisches Museum.
De nieuwe dierentuin werd op 1 augustus 1844 geopend als Zoologischer Garten bei Berlin omdat hij destijds aan de rand van Berlijn lag. Het was de eerste dierentuin van Duitsland en de negende dierentuin in Europa.[1]
De eerste 25 jaar waren moeizaam en economisch niet heel erg succesvol. De Zoologischer Garten werd geleid door een commissie die behalve professor Liechtenstein bestond uit ontdekkingsreiziger en bioloog Alexander von Humboldt en Peter Josef Lenné. De opvolger van de in 1857 gestorven Liechtenstein was professor W.K.H. Peters; ook voor hem was het directeurschap een bijbaan. Echt bergopwaarts ging het pas toen Dr. H. Bodinus in 1869 directeur werd. Hij had daarvoor al de Zoo Köln geleid. Onder zijn bewind ging het financieel beter en er konden nieuwe dierenhuizen worden gebouwd, waardoor het aantal dieren kon toenemen waarna ook de bezoekersaantallen groeiden. De Berlijnse architecten Ende en Bockmann gaven veel verblijven een exotisch uiterlijk, waarbij het uiterlijk van het verblijf verwees naar de omgeving waar het dier vandaan kwam. Voorbeeld is het Antilopenhaus uit 1871, dat gebouwd is in een Afrikaanse stijl.

Late negentiende eeuw en vroege twintigste eeuw
Toen in 1884 Bodinus stierf kwam er aan de vooruitgang een voorlopig einde. De dierenarts Dr. M. Schmidt nam de leiding over na eerst 25 jaar directeur van de Zoo Frankfurt te zijn geweest. Wat hij tot zijn dood in 1888 heeft gedaan was vooral het financieel gestel verbeteren. Zijn opvolger was de 28-jarige dr. Ludwig Heck, die daarvoor directeur van de Zoo Köln was. Onder zijn leiding werden onder andere het steltvogelhuis, het struisvogelhuis, het apenhuis, het paardenhuis en het zwijnenhuis gebouwd, maar ook de ingang aan de Budapester Strasse. Onder de leiding van Dr. Heck groeide de dierentuin uit tot een van de soortenrijkste ter wereld. Na 44 jaar gaf hij de taken over aan zijn zoon, die overal waar mogelijk de tralies verving door natuurlijke barrières volgens de ideeën van Carl Hagenbeck. Onder zijn leiding werden de nu nog bestaande Bergtierfelsen, Affenfelsen, Löwensteppe en de verbijven voor de wolven en beren gebouwd.

Tweede Wereldoorlog en naoorlogse periode
In 1939 bezat de Zoologischer Garten meer dan 4000 zoogdieren en vogels in 1400 soorten. In enkele uren werd honderd jaar arbeid verstoord in de Tweede Wereldoorlog. Verschillende gebouwen werden verwoest, waarvan een aantal later weer in oude eer werd hersteld, waaronder het in 1913 gebouwde Aquarium. In totaal overleefden 91 dieren de oorlog, waaronder een mannetjesolifant, een schoenbekooievaar en het legendarische mannetjesnijlpaard "Knautschke".
Na het einde van de oorlog nam dr. K. Heinroth de leiding over. Zij nam zich voor de Zoologischer Garten weer op te knappen ondanks geld- en materiaaltekort. Het aquarium werd stukje bij beetje weer in gebruik genomen. Helemaal nieuw waren het in 1954-1955 gebouwde olifantenverblijf en het in 1956 gebouwde nijlpaardenverblijf. In 1956 ging Heinroth met pensioen. Haar opvolger werd dr. H.G. Klös. Zijn doel was het de dierentuin planmatig weer op te bouwen en door vergroting van het dierbestand en het boeken van fokresultaten de dierentuin weer dezelfde naam geven als voorheen. Een groot deel van de huidige gebouwen en verblijven gaat terug op zijn 35-jarige diensttijd. Voorbeelden van in zijn diensttijd gebouwde verblijven/gebouwen zijn: het apenverblijf, het vogelverblijf, het roofdierenverblijf en de nachtdierafdeling, de grote berenverblijven en de aanbouw aan het aquarium. Ook werden vele gebouwen gerenoveerd en werd er een stuk land aangekocht over de Spree in Tiergarten. Veel gebouwen die vernietigd waren werden aan de hand van foto's weer opgebouwd.

Door grote maatregelen werd het waardevolle eikenbestand behouden. Ook de basis van vele fokgroepen werd in deze tijd gelegd. Voorbeelden zijn de fokgroepen van de zwarte neushoorns, gaurs, bongo's, babiroessa's, witlippekari's, przewalskipaarden en vele primaten en vogels. Op 31 augustus 1992 ging Dr. Klös met pensioen. Zijn opvolger werd dr. H. Frädich. Onder zijn diensttijd die tot 4 juli 2002 duurde werden o.a. het nijlpaardenhuis en de verblijven voor pinguïns gebouwd. Ook werd het Siamese runderenhuis weer gerenoveerd en werden de zeezoogdierenverblijven gemoderniseerd. Zijn opvolger werd dr. J. Lange, die daarvoor het Aquarium geleid had. In zijn termijn werden de condorvolière en het beer-wolfverblijf gebouwd. De belangrijkste bezigheden in deze periode waren echter het opknappen van het olifantenhuis, de bergdierenverblijven, de fazanterie, het antilopenhuis, de nachtdierafdeling en de adelaarsrotsen.
Na de pensionering van dr. J. Lange in begin 2007, nam dr. B. Blaszkiewitz de leiding over. Hij was daarvoor directeur van Tierpark Friedrichsfelde, de andere Berlijnse dierentuin.


 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu